Studiegidsen

Starttoets lager onderwijs: zo oefen je per onderdeel

Voor de educatieve bachelor lager onderwijs leg je een starttoets af met Nederlands, Frans en wiskunde. Oefen begrijpend luisteren met een mededeling waarin een afspraak verandert en zoek bij wiskunde uit waar je redenering misloopt. Je deelnamebewijs en je feedbackrapport hebben elk een eigen functie bij de start aan de hogeschool.

Laatst bijgewerkt:

Wat moet je oefenen voor lager onderwijs?

Wil je leerkracht worden in het lager onderwijs? Zoek dan de starttoets voor de educatieve bachelor lager onderwijs op. Die heeft naast Nederlands ook Frans en wiskunde. Bij Nederlands komen taalgebruik, begrijpend lezen en begrijpend luisteren aan bod. Frans omvat grammatica, lezen en luisteren. Voor wiskunde oefen je onder meer getallenkennis, bewerkingen, meetkunde, metend rekenen en vraagstukken. Op Vlaanderen.be vind je de onderdelen per opleiding. Dat onderscheid telt als je samen oefent met iemand die kleuteronderwijs of secundair onderwijs wil volgen.

Begin met een taak per vak waarvan je het antwoord kunt controleren. Bewaar bij Nederlands bijvoorbeeld een korte mededeling, bij Frans een bericht van een school en bij wiskunde een uitgewerkt vraagstuk. Schrijf bij een fout op wat je precies deed. Hoorde je de woorden verkeerd, miste je een uitzondering of wist je niet hoe je van de gegevens naar een bewerking moest gaan? Zo zie je aan welk onderdeel je meer tijd wilt besteden.

Begrijpend luisteren met een afspraak die verandert

Vraag iemand deze zelfbedachte mededeling in te spreken. ‘De leerlingen vertrekken na de speeltijd naar de bibliotheek. De groep van meester Sam vertrekt vroeger, omdat die eerst de boeken moet terugbrengen. Wie nog boeken thuis heeft, brengt ze morgen rechtstreeks naar de klas.’ Luister zonder de tekst mee te lezen. Schrijf op wie vroeger vertrekt, waarom dat zo is en wat een leerling met een boek thuis moet doen.

Vergelijk je antwoord daarna met de tekst. ‘De leerlingen vertrekken vroeger’ is te ruim. Alleen de groep van meester Sam krijgt die instructie. ‘Het boek moet morgen naar de bibliotheek’ klinkt aannemelijk, maar de spreker noemt de klas. Noteer bij de correctie het stukje van de mededeling dat uitsluitsel geeft. Het doel is dat je ook bij een ander onderwerp hoort voor wie een afspraak geldt. Vraag je oefenpartner daarom bij een volgende opname de uitzondering bij een andere groep te leggen.

Frans en wiskunde vragen een andere aanpak

Neem voor Frans een kort bericht over een verplaatste activiteit. Onderstreep wie de afzender is en wat de lezer moet doen. Maak vervolgens van de zin ‘Les classes visitent le musée’ een zin over één klas. De werkwoordsvormen visite en visitent klinken hetzelfde. Let bij het luisteren dus op het lidwoord. Hoor je la classe of les classes? Door dezelfde boodschap te lezen en te beluisteren, ontdek je of de moeilijkheid bij het Frans zelf ligt of bij het herkennen van bekende woorden in gesproken taal.

Teken bij een wiskundevraag eerst de situatie. Om een lint langs de rand van een rechthoekige tafel te leggen, heb je de omtrek nodig. Om het tafelblad met papier te bedekken, zoek je de oppervlakte. Leg je berekening aan iemand uit zonder de woorden ‘dat is de formule’ te gebruiken. Vertel wat je optelt of vermenigvuldigt en waarom de eenheid van je antwoord past bij de vraag. Zo merk je ook wanneer je goed hebt gerekend met de verkeerde grootheid.

Voorbeeldplan

Stel dat Frans lezen vlot gaat, maar dat je in gesproken Nederlands een wijziging mist en bij meetkunde lengte en oppervlakte verwart. Reserveer in je weekplanning een eerste oefenmoment voor luisteren. Laat je oefenpartner later een nieuwe mededeling opnemen en laat de geschreven tekst dicht tot je alle vragen hebt beantwoord. Spreek vóór het nakijken af welk verschil in betekenis je moet kunnen uitleggen.

Gebruik een ander moment voor meetkunde. Verzin bij dezelfde tekening zowel een vraag over de rand als een vraag over het vlak. Houd Frans bij met een kort luisterbericht en een eigen antwoord. Kijk aan het eind van de week welke fout terugkomt. Komt die ook voor bij onbekend materiaal, geef dat onderdeel opnieuw ruimte. Een nabespreking van je oefentoets helpt om de volgende oefening te kiezen.

Wat doe je met het resultaat?

Bewaar het deelnamebewijs voor je inschrijving en lees je individuele feedbackrapport apart. Deelname is in principe verplicht, maar ook als je het minimumresultaat niet behaalt, kun je je inschrijven. Je moet dan wel remediëring volgen. Bespreek met de studie- of trajectbegeleider van je hogeschool hoe die wordt georganiseerd. Neem een voorbeeld mee van een fout die je ondanks het oefenen blijft maken. Zo kan het gesprek gaan over de hulp die je bij de start van de opleiding concreet nodig hebt. De toelichting bij de starttoets beschrijft je recht op een feedbackgesprek.

Hoe ExamLuma je helpt

Houd eenvoudig overzicht over je eigen studieplan in ExamLuma. ↗

Stel je dagelijkse studiedoel in en volg direct hoe ver je bent. ↗

Leg al je afgeronde studiesessies overzichtelijk vast. ↗

Je AI-studiecoach →

ExamLuma — Het doel van vandaag, Trend in oefenresultaten
Binnenin de app

Veelgestelde vragen

Hoe verdeel ik mijn oefentijd over de vakken?

Maak voor elk vak een controleerbare taak. Reserveer de meeste tijd voor een fout die bij nieuw materiaal opnieuw optreedt en blijf de andere onderdelen kort oefenen.

Hoe kan ik thuis begrijpend luisteren oefenen?

Laat iemand een korte mededeling opnemen. Schrijf na het luisteren op voor wie de afspraak geldt, wat er verandert en waar je dat aan hoorde. Vergelijk je uitleg vervolgens met de tekst.

Kan ik mij inschrijven als ik het minimumresultaat niet haal?

Ja. De starttoets geeft informatie over je beginniveau. Als je het minimumresultaat niet behaalt, is remediëring verplicht. Neem je feedbackrapport mee naar de hogeschool.

Bronnen

Google Play